Bewoner Baschar

‘De kleine kok’ noemen zijn medebewoners in de Bredestraat hem. In zijn dorp op 32 kilometer afstand van het centrum van Damascus runde Baschar (55) een restaurant. Voor zijn kamer in de Bredestraat heeft hij speciaal om een grote koelkast gevraagd. “Ik ben een kleine man met een grote koelkast”, grapt hij. Want die heeft hij nodig: elke dinsdag en zaterdag doet hij inkopen op ‘de bazar’ en twee keer per week bij de Syrische supermarkt.

Land van herkomst: dorp bij Damascus, Syrië

Gezinshereniging met: vrouw (52), twee dochters (23, 18) en een zoon (15). Drie dochters (30, 28, 24) en een broer ((50) met zoon (19) en dochter (16) wonen al in Nederland.

Beroep in Syrië: kok en eigenaar restaurant

In Nederland sinds: 1,5 jaar

In Rotterdam sinds: december 2016

Werk nu: niet

Werk toekomst: z’n eigen Syrische restaurant

Nederlandse taalvaardigheid: les en zelfstudie

In Syrië koken de mannen buitenshuis en de vrouwen binnenshuis. Hier kookt Baschar elke dag zijn eigen maaltijd. Hij snijdt alle ingrediënten in zijn kamer. De inkervingen in het tafelblad zijn daar stille getuigen van. Zijn vrouw heeft voorgesteld dat hij elke avond blijft koken als ze zijn herenigd. Geen sprake van. “Thuis kookt zij en zij gaat ook de boodschappen doen.”

“De Syrische supermarkt voelt als thuiskomen.”

Dat boodschappen doen was nogal een dingetje toen Baschar hier kwam. Hij vond het reuze spannend. In de supermarkt snapte hij niets van de opschriften op de verpakkingen, en op de markt – die hij consequent ‘de bazar’ noemt – was zoveel aanbod dat hij niet wist wat hij moest kopen.

Inmiddels heeft hij zijn weg gevonden. Zijn verpakte waar koopt hij – net als alle bewoners van de Bredestraat – bij de Syrische supermarkt op de Bergweg. Een stukje Syrië in Rotterdam. “Het voelt als thuiskomen.” Hij herkent er alle producten, kan de verpakkingen lezen en de eigenaar spreekt zijn taal.

Pekelen

Verse producten koopt hij op de markt. Zoals augurken die hij zelf inmaakt. “De augurken in potten hier vind ik niet lekker.” Nee, dan zijn eigen maaksel: Barasch toont een afgesneden fles Spa. Daarin drijven kleine ribbelige komkommers losjes in gepekeld nat.

In de koelkast liggen verder verpakte Arabische broden, eieren, limoen en blikken boter om te smelten. In een wit geglazuurd bakje zit een restje van het gerecht dat Baschar de dag ervoor heeft gemaakt: een mix van sperziebonen, tomaat en bonen. Je eet het gerecht met brood dat je met je vingers tot een lepeltje vouwt.

Baschar kookt altijd voor twee dagen tegelijk. Maar dit restje warmt hij met plezier op voor zijn gasten, die het onder zijn vriendelijke aanmoediging helemaal moeten opeten. (Het is heerlijk). Geen probleem dat hij nu geen eten meer heeft voor vanavond. Dan maakt hij gewoon iets nieuws.

Insjallah

Het leven was mooi in zijn dorp in Syrië. Baschar had een eigen huis en restaurant. Maar het werd er te gevaarlijk. Van het huis is na bombardementen niets meer over en van het restaurant staat nog maar een klein stukje overeind. Zijn vrouw en dochter wonen in een ander deel van Syrië waar het veiliger is. Baschar schiet vol. Met een papieren servetje dept hij zijn ogen droog.

“Het was heel moeilijk om mijn gezin achter te laten.”

Samen met zijn broer en diens kinderen maakte hij de ‘grote dure reis’ naar Nederland. Een land waar hij tot een jaar voor zijn vlucht nog nooit van had gehoord. Hij volgde zijn dochters (30 en 28) die hier vóór hem met hun mannen naar toe waren gevlucht. Ook zijn dochter van 24 en haar man zijn sinds twee maanden hier. Allen hebben een huis gevonden, in Veendam, Utrecht en Wassenaar. Baschar showt trots de foto’s van zijn kleinkinderen op zijn mobiel.

“Insjallah” – als God het wil – arriveert de rest van zijn gezin op 23 mei in Nederland. Het meeste papierwerk is gedaan. Nu is het een kwestie van afwachten. Ja ze kijken er naar uit om naar Nederland te komen. Weg uit Syrië. Naar een plek waar het veilig is.

Nederland kennen ze al een beetje, van foto’s die Baschar ze heeft gestuurd. Foto’s van Amsterdam. Amsterdam? Ja daar zat hij vlakbij in het asielzoekerscentrum. Hij heeft ze ook foto’s van Rotterdam laten zien. Rotterdam vindt ie beter. “Veel multicultureler. En de mensen hier zijn heel open.”

Restaurant

Baschar kijkt uit naar de hereniging met zijn vrouw en kinderen die hij 1,5 jaar geleden heeft achtergelaten. Het voelt alsof hij zijn leven hier dan pas echt kan beginnen. Nu vult hij zijn dagen met een rondje hardlopen om 7.00 uur, douchen, tafeltennis, de bazar en supermarkt, een bezoek aan zijn broer die in Rotterdam woont. En met het laatst papierwerk voor de gemeente Rotterdam, die hij trouwens hartelijk wil bedanken dat hij hier mag zijn.

Een enkele keer kookt hij voor groepen. Zoals voor de feestavond die de bewoners hadden georganiseerd voor de omwonenden en andere betrokkenen bij de Bredestraat. En na de laatste groepsles Nederlands heeft hij gekookt voor de docenten. Gemiddeld één keer per week eet hij samen met een aantal andere bewoners. Maar meestal eet hij alleen.

Baschar’s ambitie is zijn eigen Syrische restaurant openen. Daarvoor wil hij eerst de Nederlandse taal onder de knie krijgen. Rondom zijn bed hangt het ABC en tegen de muur hangen een lijst met worden: ‘mama’, ‘reis’ en ‘eten’. Hij vindt het moeilijk.

Het restaurant Shaami Huis in Delfshaven van Syrische vluchtelingen kent hij niet. “Ik ga nooit uit eten.” Erheen gaan voor inspiratie voor zijn toekomstige zaak vindt hij een goed idee. Maar eerst moeten we bij hem komen eten als hij zijn eigen huis heeft. Dan kookt zijn vrouw. En hij wil meedoen met Hoogkwartier Proeft (1 juli en 12 augustus). Dan kookt hij.

De bewoners van Bredestraat 312

Dit is het zevende interview in een reeks over ‘De bewoners van Bredestraat 312’. Het eerste interview was met Els van VluchtelingenWerk Nederland, het tweede interview met Haso en Miranda van Wmo Radar, het derde met Bewoner Ibrahem, het vierde met Bewoner Abdelelah, het vijfde met Bewoner Mohamad en het zesde met Bewoner Ali. De verhalen worden gepubliceerd op deze website en op www.vluchtelingenwerk.nl.

Meer informatie

Mensen die vragen, opmerkingen of tips hebben of een rol willen spelen bij het beheer van Bredestraat 312 of de integratie van de bewoners, kunnen mailen naar de beheerder via gva@rotterdam.nl. Op www.rotterdam.nl/statushouders staat informatie over hoe de gemeente Rotterdam omgaat met personen die een verblijfsvergunning hebben. Opgeven voor het maatjesproject kan via VluchtelingenWerk.

Auteur: Esther Wienese

Fotograaf: Marieke Odekerken

Tolk: Salim al Assad en Abdul Charradi

Ontdek meer verhalen!