Bewoner Ali

Na vijf jaar oorlog was Ali (30) het helemaal zat in Syrië. “In het gebied rond Aleppo ging de een na de ander over ons heen: het Syrische leger, IS, Koerden, Amerika, Rusland en Turkije. Om de zes, zeven maanden wapperde er een andere vlag van een andere bezetter met nieuwe regels en geboden: verplicht een baard, verplicht traditionele kleding, elke dag naar de moskee, mee vechten. Iedereen had macht over me. Ik kon niets meer doen wat ik zelf wilde.” Van de ene op de andere dag pakte hij zijn koffer en vertrok.

Land van herkomst: Manbij, Syrië

Gezinshereniging met: vrouw Rodena (21) en dochter Rimaas (2)

Beroep in Syrië: aluminiumbewerker en schilder

In Rotterdam sinds: januari 2017

Werk nu: schoonmaker in een hotel in het centrum

Werk toekomst: eerst goed Nederlands leren en dan zijn oude vak oppakken

Nederlandse taalvaardigheid: les

Ali’s magere armen zitten onder de littekens. Het zijn herinneringen aan zorgeloze en aan zware tijden in Syrië. De langgerekte littekens zijn van een motorongeluk. Wat begon als een vrolijke racewedstrijd met vrienden eindigde met 25 dagen op de intensive care. Hij was toen 14 jaar. De ronde littekens op zijn linker bovenarm en rug kreeg hij twaalf jaar later. “Een cadeautje van al-Assad”, noemt hij die. Hij was tijdens een feestdag in een winkelstraat in Aleppo toen die door Syrische vliegtuigen werd gebombardeerd. Ali had net een gewonde man op zijn rug gehesen toen de vliegtuigen terugkwamen om de mensen te beschieten. “Een scherf doorboorde de man op mijn rug en schampte mij. Zonder hem was ik dood geweest.”

Chaos

Ali is de eerste statushouder in deze serie portretten die uitgebreid wil vertellen over de oorlog. “Je kunt je niet voorstellen wat er in Syrië gebeurt. Het is er complete chaos. De verschillende partijen buitelen over elkaar heen. Wat terroristen in Europa één of twee keer per jaar doen, gebeurt in Syrië elke dag. Mensen blazen zichzelf op op markten en andere drukke plekken, ook als daar kinderen zijn. Elke dag zijn er bombardementen en worden er auto’s en bussen opgeblazen.” Ali heeft talloze vrienden en bekenden verloren, vooral jonge mensen. “Ze zijn vermoord, opgeblazen, gedood in de strijd tegen IS of bij het oversteken van de grens naar Turkije. Of ze zijn opgepakt bij controleposten en nooit meer gezien.” Het is een wonder dat Ali’s hele familie nog leeft. “Toen ik in het asielzoekerscentrum in Amsterdam zat, hoorde een vriend van mij dat zijn vader, zus, broer en de drie kinderen van zijn broer waren vermoord door IS. Het houdt pas op in Syrië als er een wonder gebeurt.”

“Wat terroristen in Europa één of twee keer per jaar doen, gebeurt in Syrië elke dag.”

Bezet

Vóór de oorlog was het leven mooi in Syrië. Ali’s familie bezat een grote boerderij die alles leverde wat nodig was om van te leven: groente, pistachenoten, olijven, katoen, tarwe, eten voor de dieren. “We zijn een makkelijk, simpel volk dat met weinig tevreden is.” Geluk was voor Ali: bij zijn familie en vrienden zijn. Zijn ogen glanzen blij en dankbaar als hij dat zegt. Inmiddels is de helft van de boerderij bezet door Koerden en de andere helft door de oppositie en Turkije. Zijn moeder (50), drie zussen (21, 23, 32) en één broer (22) wonen er nog. “Mijn moeder zal nooit uit haar huis gaan. Ze is er geboren, getogen en getrouwd. Veel oudere mensen blijven in Syrië.” Het leven is er moeilijk zonder een overheid en zonder rust. Op dit moment is er grote zorg over gevechten tegen IS op een dijk bij Raqqa. “Als die doorbreekt loopt een enorm gebied onder water.”

Geschapen

Ali heeft zijn dienstplicht vervuld van 2008 tot 2010, een jaar voor het uitbreken van de oorlog. Tijdens de oorlog heeft hij de wapens niet opgepakt. “Dat wilde mijn moeder niet. “Je weet niet wie je tegenover je krijgt”, zei ze. “Misschien wel je neef”.” Ali was het met haar eens. “Al die verschillende partijen en niemand heeft gelijk. Vroeger maakte het niet uit van welke religieuze stroming je was. Ik had vrienden die moslim waren en vrienden die christen waren. We leefden met elkaar samen. Nu staat iedereen tegenover elkaar.” Op de vraag wat zijn religie is, antwoordt hij: “Ik ben allereerst mens. Door God geschapen, net als alle mensen. Als iemand overlijdt maakt het toch niet uit van welke stroming die is. Het is altijd verdrietig.” Helaas is Ali naast mens ook soenniet. “Die zijn het grootste slachtoffer in Syrië. In de hoofdstad Damascus schilderen ze teksten op de muren: ‘Als je drie soennieten vermoordt, ga je naar het paradijs’.”

Veilig

Ali’s reis naar hier duurde anderhalve maand. Hij somt de landen op waar hij met de trein en lopend doorheen is getrokken: Turkije, Griekenland, Servië, Hongarije, Oostenrijk, Italië, Frankrijk en België. Nederland was niet een vooraf gekozen eindstation maar is het wel geworden: “Ik zocht een veilige plek en vind ik me hier”, zegt hij eenvoudig, wat in zijn cultuur zoveel betekent als: de voorzienigheid heeft me hier gebracht. Zijn broer (28) is na hem naar Nederland gereisd en woont inmiddels in Boxtel. “Van de Koerden mocht er één zoon thuis blijven bij de vrouwen, de rest moest vechten”, verklaart Ali hun beider vlucht. Zijn jongste broer is gebleven. “We lijken heel veel op elkaar”, glundert hij. “Net een tweeling.” Zijn vader is al lang uit beeld; die overleed toen Ali 9 jaar was. In die tijd tatoeëerde Ali zelf de woorden ‘vader’, diens naam Aboe en een hartje in zijn rechter onderarm. Het is zijn dierbaarste tatoeage.

“Ik ben allereerst mens. Door God geschapen, net als alle mensen.”

Druk

Ali is in afwachting van de komst van zijn vrouw en dochter. Op zijn telefoon laat hij een foto zien van een peuter met donkere krullen in een roze badstof trainingspakje. “Ze lijkt op mij”, lacht hij trots. Zijn vrouw kijkt er naar uit naar Nederland te komen: “Onze dochter had laatst hoge koorts. Maar er zijn geen artsen in Syrië, geen medicijnen, geen ziekenhuizen.” Wanneer ze komen is onduidelijk. “Als ik er bij de instanties naar vraag krijg ik het antwoord: We zijn druk”, zegt hij. Ja dat is best moeilijk. Zeker omdat er om hem heen steeds meer gezinnen herenigd worden. Hij focust op Nederlands leren en werken. De taal leren valt hem niet mee. “Ik kan me moeilijk concentreren.” Werk gaat goed. Hij heeft een contract gekregen voor zes maanden als schoonmaker in een hotel in het centrum. Daar is ie heel blij mee. “Het is betaald werk en ze zijn tevreden over me”, zegt hij trots. “Van hieruit stap voor stap verder.”

De bewoners van Bredestraat 312

Het voormalig kantoorpand van de gemeente aan de Bredestraat 312 doet sinds december 2016 dienst als tijdelijke woning voor 33 statushouders die wachten op gezinshereniging. Zij worden begeleid volgens de Rotterdamse aanpak: in twee jaar tijd inburgeren door intensieve scholing en begeleiding door VluchtelingenWerk Nederland en vrijwilligers. Onbekend maakt onbemind. Daarom wil het Hoogkwartier deze mensen direct vanaf hun komst in de buurt een gezicht geven. Schrijver Esther Wienese en fotograaf Marieke Odekerken portretteren de statushouders en hun begeleiders met interviews en fotografie. Door persoonlijke verhalen te laten zien kunnen buurtbewoners zich naar verwachting beter met deze nieuwe Rotterdammers verbinden. Esther en Marieke wonen beiden in het Hoogkwartier; Marieke schuin tegenover het gebouw in de Bredestraat.

Dit is het zesde interview in een reeks ‘De bewoners van Bredestraat 312’. Het eerste interview was met Els van VluchtelingenWerk Nederland, het tweede interview met Haso en Miranda van Wmo Radar, het derde met Bewoner Ibrahem, het vierde met Bewoner Abdelelah en het vijfde met Bewoner Mohamad. De verhalen worden gepubliceerd op deze website en op www.vluchtelingenwerk.nl.

Meer informatie

Mensen die vragen, opmerkingen of tips hebben of een rol willen spelen bij het beheer van Bredestraat 312 of de integratie van de bewoners, kunnen mailen naar de beheerder via gva@rotterdam.nl. Op www.rotterdam.nl/statushouders staat informatie over hoe de gemeente Rotterdam omgaat met personen die een verblijfsvergunning hebben. Opgeven voor het maatjesproject kan via VluchtelingenWerk.

Auteur: Esther Wienese

Fotograaf: Marieke Odekerken

Tolk: Mohammad al Omari

Ontdek meer verhalen!