Bewoner Abdelelah

“Een jaar, zes maanden en een week”, antwoordt Abdelelah (38) op de vraag hoe lang hij zijn vrouw en vier kinderen niet had gezien. Ook niet via FaceTime of Skype; ze appten. Elf dagen geleden arriveerden zij in Nederland in het kader van gezinshereniging. Ze zijn opgevangen in het asielzoekerscentrum in het Gelderse Aalten tegen de Duitse grens. Dichterbij dan Turkije, waar ze zaten, en toch nog ver weg van Rotterdam. Abdelelah heeft ze sinds hun komst naar Nederland één keer gezien. Het is vreemd ja, zij daar en hij hier. “Maar het belangrijkste is dat ze veilig zijn.”

Land van herkomst: Homs, Syrië

Gezin: vrouw (35), twee dochters (12 en 6) en twee zonen (10 en 5)

Beroep in Syrië: supervisor in een telecommunicatiebedrijf

In Rotterdam sinds: 29 december 2016

Werk nu: niet

Werk toekomst: hopelijk iets in zijn oude vak

Nederlandse taalvaardigheid: volgt taallessen

Abdelelah komt uit Homs, qua grootte de derde stad van Syrië. De plaats was in 2011 een van de eerste die in opstand kwam en wordt gezien als een bolwerk van verzet. Homs was strategisch van belang omdat de stad in het midden van het land ligt op de weg van Damascus naar de kust. Bij gevechten tussen het Syrische leger en de oppositie zijn duizenden doden gevallen. De stad is zo goed als volledig vernield. Homs is ook de stad waar de Nederlandse jezuïet Frans van de Lugt, alias Pater Frans, werd vermoord op 7 april 2014. De zaak kreeg wereldwijd media-aandacht.

Bewoner Abdelelah

Abdelelah en zijn gezin verlieten huis en haard op 5 juli 2013. Tot de oorlog was het goed wonen en werken in Homs, maar het werd te gevaarlijk. Ze reisden naar Yabrud in het zuiden en van daaruit – net als veel Syrische vluchtelingen – naar Libanon. Ze hadden het er moeilijk vertelt Abdelelah. Ze zaten er illegaal, er was geen werk en het geld dat hij had – 4020 dollar van de verkoop van zijn auto – was in het dure Libanon snel op.  Na 1,5 jaar reisden ze naar Turkije en van daaruit maakte hij alleen de overtocht per bootje naar Griekenland.

Geduld

Vanaf het begin had hij de wens om naar Nederland te komen. Omdat de broer van zijn vrouw in Winterswijk woont en omdat de opvang van vluchtelingen hier beter is dan in andere Europese landen. Het beeld dat hij van Nederland had is bevestigd. “De mensen zijn aardig en ze helpen heel geduldig met de taal leren, werk en een huis vinden en gezinshereniging. En de overheid heeft respect voor zijn burgers.”

Na een verblijf in vijf verschillende azc’s heeft hij sinds december zijn eigen kamer in de Bredestraat. Hij is erg op zichzelf. Komt zijn kamer en het gebouw eigenlijk alleen uit voor Nederlandse les, boodschappen doen en eten koken. Hij heeft nog geen zicht op werk en geen idee hoe het verder zal gaan. Sinds vier weken leert hij  Nederlands. “Leuk maar moeilijk. Ik ben echt een beginner. Ik ken al wat woorden – ‘Goedemorgen’ – maar vind het lastig om zinnen te maken.” Hij heeft nog geen oefenmaatje.

Bewoner Abdelelah

Aalten

Abdelelah’s vrouw en kinderen hebben inmiddels een BSN-nummer. Het wachten is nu op hun inschrijving in Rotterdam en een huis. Of hij niet liever in Winterswijk had gewoond bij zijn zwager in de buurt? “Ja, liever wel. Dat heb ik gevraagd, maar dat is niet gelukt.” Later leggen Haso en Miranda uit dat alleen eerstegraads familieleden – dus ouder of kind – bij elkaar in dezelfde stad worden geplaatst. Het staat Abdelelah vrij om in Winterswijk een huis te zoeken, maar daarbij wordt hij dan niet geholpen, zoals in Rotterdam.

Abdelelah heeft geen idee hoe het verder zal gaan.

Het was ‘mooi en leuk’ om zijn vrouw en zoons en dochters weer te zien. “De kinderen waren gegroeid en speelden met andere kinderen. Dat gebeurde in Libanon niet.” Naar Aalten reizen bleek een hele onderneming. Abdelelah ging met de trein via Arnhem op een dag dat het regende en stormde. Aan het eind van de middag moest hij weg, want in het azc blijven slapen, dat kon niet. Toen bleek dat de bussen na 16.00 uur niet meer reden, moest hij ruim drie uur lopen naar het station. Dat moet de volgende keer dus anders. Die volgende keer is gelukkig al komend weekend. Nog drie nachtjes slapen.

Wil je Taalmaatje van Abdelelah worden of op een andere manier helpen, kijk dan op www.vluchtelingenwerk.nl/zuidwestnederland.

De bewoners van Bredestraat 312

Het voormalig kantoorpand van de gemeente aan de Bredestraat 312 doet sinds december 2016 dienst als tijdelijke woning voor 33 statushouders die wachten op gezinshereniging. Zij worden begeleid volgens de Rotterdamse aanpak: in twee jaar tijd inburgeren door intensieve scholing en begeleiding door VluchtelingenWerk Nederland en vrijwilligers. Onbekend maakt onbemind. Daarom wil het Hoogkwartier deze mensen direct vanaf hun komst in de buurt een gezicht geven. Schrijver Esther Wienese en fotograaf Marieke Odekerken portretteren de statushouders en hun begeleiders met interviews en fotografie. Door persoonlijke verhalen te laten zien kunnen buurtbewoners zich naar verwachting beter met deze nieuwe Rotterdammers verbinden. Esther en Marieke wonen beiden in het Hoogkwartier; Marieke schuin tegenover het gebouw in de Bredestraat.

Dit is het vierde interview in een reeks ‘De bewoners van Bredestraat 312’. Het eerste interview was met Els van VluchtelingenWerk Nederland, het tweede interview met Haso en Miranda van Wmo Radar en het derde met Bewoner Ibrahem. De verhalen worden gepubliceerd op deze website en op www.vluchtelingenwerk.nl.

Meer informatie

Mensen die vragen, opmerkingen of tips hebben of een rol willen spelen bij het beheer van Bredestraat 312 of de integratie van de bewoners, kunnen mailen naar de beheerder via gva@rotterdam.nl. Op www.rotterdam.nl/statushouders staat informatie over hoe de gemeente Rotterdam omgaat met personen die een verblijfsvergunning hebben.
Opgeven voor het maatjesproject kan via VluchtelingenWerk.

Auteur: Esther Wienese

Fotograaf: Marieke Odekerken

Tolk: Mohammad Abo Hassan

Ontdek meer verhalen!