Konijnen in het Achterklooster

Sinds enkele jaren lopen er in het Achterklooster park grote groepen konijnen rond. Verschillende theorieën doen de ronde hoe deze dieren hier zijn gekomen. Sommige mensen beweren dat het tamme konijnen zijn, die door iemand zijn vrij gelaten. Onderzoek door biologen heeft echter aangetoond dat het wilde konijnen zijn, die niet uit de dierenwinkel komen. Het lijkt wel een apart ras te zijn, dat inmiddels de benaming ‘stadskonijnen’ heeft gekregen.

Deze stadskonijnen zijn anders dan de ‘boskonijnen’ in verschillende opzichten. Zo dragen sommigen de virusziekte myxomatosis met zich mee. Anders dan bij de boskonijnen lijken deze stadskonijnen hier echter niet massaal aan te overlijden. Ook het gedrag van de stadskonijnen is anders. Waar boskonijnen samen leven in grote groepen in ruime burchten ondergronds, maken stadskonijnen kleinere holletjes waar ze vaak alleen of maar met een paar soortgenoten in verblijven. De konijnen kiezen vermoedelijk voor deze meer solitaire manier van leven, omdat er in de stad relatief veel goede plekken zijn te vinden om schuilplaatsen te bouwen. Ook kunnen de konijnen zich in steden gemakkelijker weren tegen de kou en hebben ze minder last van roofdieren.

“In het Achterklooster zijn de konijnen een gezellige toevoeging aan de buurt en veroorzaken ze weinig overlast.”

Maar waarom zijn het er zo veel? Een theorie is dat deze konijnen door mensen worden gevoerd en geholpen. Regelmatig zien we dan ook brood en sla in het gras liggen, en hoewel niet helemaal duidelijk is van wie dit afkomstig is, lijkt het de konijnen goed te doen. Een andere theorie is dat het gebied simpelweg gunstig is voor de konijnen, omdat het een gevarieerd gebied is. In het Achterklooster zijn de konijnen een gezellige toevoeging aan de buurt en veroorzaken ze weinig overlast.

Ontdek meer verhalen!